Features + Interviews
De Detroit vibe van Octave One

De Detroit vibe van Octave One

04 april 2017

Als de naam Octave One valt, gaat het vaak ook gelijk over Blackwater, dat waarschijnlijk de meest verkochte underground track ooit is (meer dan 1 miljoen kopieën gingen er over de toonbanken). Maar door dat alleen te noemen doe je het ‘begrip’ Octave One echt te kort. Want dit artiestenensemble van broers uit de eeuwige technobakermat Detroit draait al sinds het einde van de jaren ’80 mee en timmert nog steeds flink aan de weg. Zoals onlangs in Shelter, dat gloednieuwe uitgaanspareltje aan het Amsterdamse IJ, waar wij ze na hun soundcheck en met een jetlag en slaaptekort waar je u tegen zegt even kort mochten spreken. Over uiteraard Detroit, pizza’s en een nieuw album.

Ik denk niet dat er veel technoartiesten zijn die als groep of band optreden en tegelijkertijd familie zijn. Denken jullie dat het een voordeel is om muziek te produceren en tegelijkertijd familie te zijn in vergelijking met andere dj’s of groepen?
Lawrence Burden: Wij voelen elkaar moeiteloos aan in de studio, ook omdat we allemaal van dezelfde soort muziek houden. De weg die hij (wijst naar broer Lenny Burden) bewandelt tijdens het productieproces, die bewandel ik ook vaak, ik voel aan waar hij naartoe wilt. Ik voel aan wanneer hij in een bepaalde vibe zit, en kan hem dan goede feedback geven omdat ik weet welke richting hij op wilt, en dat geldt andersom ook. Dus ja, ik denk wel dat het echt een voordeel is, juist vanwege die sterke band.

En zijn jullie als broers dan ook meer kritisch op elkaar?
Lawrence: We zijn sowieso al erg kritisch op onszelf, meer dan op elkaar. Ik voel gelijk aan wanneer ik iets fout heb gedaan, wanneer ik een bepaalde kick maar half in laat komen waardoor het klinkt als een ‘pop’ en niet als een ‘hard’, of bijvoorbeeld een punch heb gemist tijdens een optreden. Daar hoeft hij niks over te zeggen, want ik weet dan al dat ik iets verknald heb. En hij zit hetzelfde in elkaar. We zijn wat dat betreft echt kritischer op onszelf dan op elkaar.

Soms lees ik in interviews over vier ‘Burden Brothers’, soms over vijf, soms over drie… Hoe zit dat nu precies en wie doet wat?
Lawrence: We zijn met z’n vijven. We maken allemaal muziek, maar Lenny en ik treden op met Octave One.

Lenny: Ja, en we produceren met z’n allen voor Octave One. In onze muziek en sets zit input van alle vijf verwerkt.

En heeft iedereen dan ook nog z’n specialiteit?
Lawrence: Nee, geen specialiteiten. Lenny kan met een bassline aankomen, ik kan dat, maar het kan ook van de andere broers komen. En zo zit dat ook met riffs, drums etcetera. Het is niet zo dat er een ‘bassline-guy’ is ofzo of een ‘keyboard-guy’, we houden gewoon allemaal van studiowerk en zijn daarin alle vijf breed georiënteerd.

Ik las dat jullie vader fan was van The Beatles en The Commodores, en dat jullie moeder meer fan was van Barry White en blues.
Lawrence: Ja, we komen uit een muzikaal gezin, er was altijd muziek in huis. Onze moeder was inderdaad meer van de diepere soul, en m’n vader was meer Brits georiënteerd. Als mijn moeder alleen thuis was werd er inderdaad meer van Barry White, Isaac Hayes, Marlena Shaw en dat soort artiesten gedraaid. En mijn vader luisterde meer naar John Lennon, Elton John, ook muziek met een bepaald soulgevoel erin.

En van daar naar techno, dat is nogal een verschil.
Lenny: We hoorden het voor het eerst op de radio. Wij begonnen met muziek maken in 1989, toen The Electrifying Mojo in Detroit techno op de kaart zette met zijn radioprogramma. Model 500 en Cybotron waren de eersten die we via de radio voorbij hoorden komen, en later kwamen daar Jeff Mills bij en natuurlijk ook Derrick May. En vergis je niet, radio had toen erg veel invloed, want veel andere afleidingen waren er niet zoals we nu het Internet hebben. We hadden eigenlijk alleen radio en tv. Dus vandaar uit zijn we platen gaan kopen en begonnen we met dj-en. Wij werkten toen ook bij The Music Institute, de club waar het eigenlijk allemaal begon. Je kunt wel stellen dat wij er van begin af aan bij waren. Toen techno als genre meer vorm kreeg, een paar jaar later, waren wij eigenlijk al onderdeel van de scene.

Van Detroit zijn jullie later toen naar Atlanta verhuisd.
Lawrence: Ja, negen jaar geleden zijn we daarheen verhuisd. Dat hebben we gewoonweg gedaan voor de verandering. Je hebt wel eens van die momenten dat je tegen een muur aanloopt, dat je alles al 900 keer gezien en gedaan hebt, en dan is het goed om naar een andere omgeving te gaan. En het weer is er gewoonweg beter, geen sneeuw en ijs meer.

Jullie draaien echter ontzettend vaak hier in Europa. Nooit eraan gedacht om naar Europa te verhuizen, als je hier toch zo vaak moet zijn?
Lenny: Voor het merendeel draaien we inderdaad in Europa, we hebben eigenlijk maar zes tot tien optredens per jaar in de States. We blijven wel eens een maand of anderhalf in Europa als we op tour zijn, zeker als we erg veel optredens in Europa hebben, maar nooit hebben we eraan gedacht om ons hier permanent te vestigen. Als we soms langer blijven is dat meer ter facilitering van de gigs die we hier hebben, maar dat doen we zeker niet om nog meer boekingen te krijgen. Maar het komt wel geregeld voor dat we wekelijks op en neer vliegen. Vanuit hier bijvoorbeeld vliegen we straks weer direct door naar Brazilië en daarna weer naar huis. We reizen echt veel.

Maar is het dan niet toch handiger om vaker hier te vertoeven of om hier permanent te verblijven?
Lenny: Nee, zoals gezegd blijven we wel eens een maandje, maar ons thuis is toch nog echt in de States. We zouden niet alleen voor het gemak hier gaan wonen, en bovendien maakt het ook niet zoveel uit, want we treden echt overal op. Morgen naar Brazilië, over twee weken naar Australië en vlak daarna Azië. Dus ja, waar zouden we dan moeten gaan wonen?

Met zo’n reisschema slaap je zelden.
Lenny: Het is wel gekkenwerk ja. Maar we vinden het nog steeds leuk om te doen, ondanks de maffe schema’s. Maar we doen dit nu al dertig jaar, en we beschouwen het meer als een soort van privilege, het is naar ons idee niet iets dat je kan verdienen. En we nemen dat eigenlijk ook altijd als uitgangspunt, al moeten we soms wel even gas terugnemen. Zo hebben we in januari bijvoorbeeld besloten om geen optredens te doen en ons weer even op te laden.

En als we het dan over het reizen hebben, en ik kijk nu ook weer naar jullie set-up, hoeveel kilo’s aan apparatuur nemen jullie wel niet mee elke keer?
Lenny: We hebben altijd vier kisten bij ons, en in elke kist zit 23 kilo aan apparatuur. Dat is veel, maar hartstikke leuk om daar je shows mee te doen.

Jeff Mills vertelde me dat hij om de paar jaar in een andere stad gaat wonen om nieuwe inspiratie te krijgen, door de nieuwe omgeving, door het ontmoeten van nieuwe mensen, door nieuwe ervaringen. Hoe werkt dat bij jullie, waar krijgen jullie je inspiratie van om nieuwe muziek te maken?
Lenny: We zijn met z’n vijven, Jeff is in z’n eentje. Wij inspireren elkaar. Onze drie broers zijn geregeld thuis en hebben een meer gestructureerd leven, maar wij worden geïnspireerd door hun enthousiasme en de dingen die ze gemaakt of gehoord hebben terwijl wij aan het toeren waren.

Lawrence: Ja, het begint altijd met één broer die iets gemaakt of gehoord heeft of een grappig ritme of een tune heeft gemaakt en vandaar uit gaan we dan met z’n allen kijken waar en wat er moet toegevoegd moet worden.

En begint dat dan met een gevoel of komt dat door de omgeving of ervaringen?
Lawrence: Nee, niet zozeer. We komen natuurlijk uit Detroit en Detroit zit gewoon in je, ongeacht waar je woont of waar je je bevindt. Dus de basis is er altijd al wel.

Lenny: We hebben meer dan veertig jaar in Detroit gewoond, dat krijg je er niet zomaar uit.

Maar wat is dat Detroit-gevoel dan, wat is dat speciale dat Detroit heeft?
Lawrence: Ik denk dat het de hartslag van de stad is, een speciale vibe die er hangt. Er was namelijk niet veel te doen in onze jeugd, waardoor er echt een gemeenschapsgevoel hing. Het was echt zo dat wanneer ik in m’n jeugd de straat opging en iets stouts deed, dat je dan door de grootmoeder van iemand anders op je lazer kreeg, want ze kenden je moeder. Iedereen kende elkaar. De muziek die er gedraaid werd, de plekken waar je kwam, dat hoor je allemaal terug in de muziek. Dat ’s avonds je vader weer smerig uit de fabriek kwam en boos was over van alles wat er die dag gebeurd was, ook dat hoor je terug in de muziek. Detroit was echt een gemeenschap, en zo was de radio ook toentertijd. Detroit was een van de laatste steden van Amerika waar de nationale radio z’n intrede deed, daarvoor waren er alleen lokale zenders te horen. Je kende de dj’s op de radio, ze kwamen ook geregeld in je buurt om te draaien. Iedereen kende elkaar of was indirect met elkaar verbonden.

Een soort van Manchester-vibe eigenlijk, waar je dat ook had en iedereen ook muziek maakte met iedereen in die tijd.
Lawrence: Zo ongeveer ja, ik weet nog dat ik in Detroit een appartement had in die tijd, en dat heel veel mensen om me heen in de scene zaten of daar later in terecht kwamen. Naast me woonde bijvoorbeeld Jay Denham, en ook de zus van Carl Craig woonde in hetzelfde appartementencomplex. En ‘Shake’ (Anthony Shakir, red.) kwam altijd bij me langs, Eddy Fowlkes kwam vaak bij me langs, en Derrick (May, red.), en Mike Huckaby niet te vergeten. Dat was echt een hechte gemeenschap ja.

Dan jullie nieuwe album, Love By Machine. Wat was jullie idee daarbij?
Lawrence: Het ging er voornamelijk om om weer terug te gaan naar de basis, naar waar het allemaal begon. Iedereen maakt z’n muziek nu digitaal, maar wij zijn weer met hardware aan de slag gegaan en een analoge mengtafel. Het is dus geen album geworden dat met behulp van een computer gemaakt is, we zijn echt terug gegaan naar de basis. Terug naar de ‘old days’.

Welke track op het album is het meest bijzonder voor jullie?
Lawrence: Oh, dat is zo moeilijk te zeggen, want het zijn eigenlijk allemaal baby’s van je. En er zijn bij het produceren van dit album ook niet echt gekke dingen gebeurd, het ging eigenlijk allemaal heel soepel en direct. Het meest bijzondere is dan nog denk ik dat dit het allereerste album is dat we in onze eigen studio gemaakt hebben en waarbij echt niemand anders geholpen heeft. Normaal lieten we nog wel eens wat door anderen doen met betrekking tot het mixen, maar nu hebben we echt heel veel pizza´s besteld, de deur van de studio op slot gedaan en zijn we het album gaan maken zonder daarbij gestoord te worden. De studio lag voortdurend vol met pizzadozen, we hebben echt veel lol gehad. Papa John´s heeft goede zaken gedaan in die periode. Zij bezorgden tenminste waardoor we drie dagen achter elkaar in de studio konden blijven hangen, haha.

Dan nog iets over jullie best verkochte track ooit, Black Water. Deze is meer dan een miljoen keer verkocht, en dat is toch wel bijzonder voor een underground nummer. Het is een heel vrolijke plaat, als je luistert naar de melodie en de instrumenten die zijn gebruikt. Toch suggereert de titel iets anders, alsof er een donkere kant aan het nummer zit. Hoe zit dat?
Lenny: De track kan op verschillende manier geïnterpreteerd worden, en dat geldt eigenlijk voor bijna alle muziek die we maken. Ook qua lyrics kun je er op verschillende manieren naar luisteren, en dat is ook de manier waarop we het willen presenteren. We willen ook eigenlijk niet uitleggen hoe dat zit met Black Water, omdat iedereen zijn eigen speciale gevoel of moment bij de track heeft, en ik denk dat je dat zo moet laten. Er zit zeker een bepaald gedachtegoed of een bepaald gevoel achter de track, een soort van definitie, maar we beschouwen het als een privilege dat iedereen er een ander gevoel bij heeft. We laten het dus open voor de interpretatie van een ieder.

In Nederland zijn we nogal verwend omdat hier werkelijk elke week grote technoartiesten draaien, jullie komen hier ook vaak langs. We worden als een echt dance- en technoland gezien, maar het zit eigenlijk niet bepaald in onze genen, het is niet iets dat we meedragen vanuit de 60’s of 70’s. Hoe kijken jullie daarnaar en waar denken jullie dat het geheim ‘m in zit?
Lawrence: Om eerlijk te zijn vragen wij dat ook vaak aan mensen hier. Ze hebben hier zoveel festivals, waarschijnlijk de meeste per hoofd van de bevolking, en die festivals doen het allemaal goed. Er is een diepe waardering voor dancemuziek hier, en dat is heel bijzonder. Ik heb het nog nooit in een land meegemaakt dat overal, waar je ook komt draaien, de tent vol is. We zijn hier eens op een festival geweest midden in de winter, en we vroren bijna dood bij het neerzetten van onze set-up, maar toen we gingen draaien stonden er massa’s mensen en die gingen er helemaal voor. Maar waar het geheim ‘m dan in zit, ik weet het echt niet.

Tot slot, waar gaat het heen met techno de komende jaren?
Lenny: Ik denk dat het dieper gaat worden. Mensen zijn weer meer op zoek naar een meer echt geluid, meer authentiek. Ik merk dat men ook weer op zoek is naar meer emotie in de muziek. Men heeft geen trek meer in tracks die een soort kopie zijn van de vorige tracks die zijn gemaakt, die eenheidsworst die de afgelopen jaren wel gemeengoed was. En men staat open voor veel meer stijlen. Ik denk dat een promoter niet zozeer meer hoeft vast te houden aan artiesten van hetzelfde genre op een nacht, maar dat er veel diverser geprogrammeerd kan worden, en ik denk dat je dat vaker gaat zien de komende jaren.

Het nieuwe album van Octave One, Love by Machine, is via de bekende adressen te verkrijgen.

Txt: Colin Kraan // Imgs: Ruzica Milovanovic (header pic + first pic in the article) & Marie Staggat (other pics)

Advertentie
Party Tips
  • zaterdag 19 augustus
    Retro Beach 2017
    Hippodroom Wellington, Oostende
  • zondag 6 augustus
    Pollerwiesen Closing
    Jugendpark, Keulen
  • zondag 20 augustus
    Sonus Festival
    Zrce Beach (Pag Island), Pag Island